Zonder onderhoud kan ook een sluis de antieke huizen niet redden, zien we: twee huizen leunen vermoeid schuin tegen elkaar aan. Zo scheef dat er in wonen onmogelijk moet zijn – maar toch zien we kledingrekjes met witte overhemden en gaskookstelletjes op de veranda’s. Het ultieme bewijs dat het water altijd wint, zijn de stompjes hout op open plekken waar ooit gewoond werd.Op een gegeven moment zal de eigenaar hier een woning neerzetten zoals inmiddels ook de meeste huizen in Thonburi van steen zijn. Het verschil met Bangkoks centrum is dat de stenen huizen hier vrijwel allemaal laagbouw van één of twee etages zijn; hoger is een uitzondering.
Kletsnatte kinderen spelen bij hun huis op trapjes die het water in lopen, een watertaxi zet een keurig geklede dame droog af bij de betonnen steiger aan haar waterwoning, een mozaïek van stenen huizen en enkele houten, afgewisseld met hoge palmbomen in mini-plantagetuinen waar ook groente en fruit verbouwd wordt.
Thai zwaaien op hun balkon tussen droog wapperende was, een vrouw doet de afwas in een buitenkeukentje, een motorsloep vervoert 20kilo-zakken rijst en dozen zonnebloemolie, twee oude mannen doezelen in stoeltjes met flessen bier, een vuilnisboot schept plastic en waterplanten uit de kanalen, lange houten elektriciteitspalen houden zwarte leidingen hoog en droog, reigertjes waden tussen keitjes bij lage kades met vrolijke muurschilderingen: terwijl de bootsman nonchalant door brede bochten vaart, is Thonburi’s waterleven overal om ons heen.
Op de wal
Een 69 meter fonkelend goudkleurige Boeddha torent boven ons uit. We zijn uit de boot gestapt bij de metalen steiger van Wat Paknam Bhasicharoen, een in Boeddhistische Thailand zeer belangrijke tempel. Sinds drie jaar staat het indrukwekkende beeld hier, een nieuw symbool van Thonburi en samen met de 80 meter hoge witte stupa direct erachter, één van de hoogste bouwwerken van het stadsdeel. Even lopend rondkijken hoort ook bij de khlongtour.