Een mozaïek met felle vrolijke kleuren, alsof een zak jellybeans is leeggegooid op een lange muur, meterslange standbeelden van een vervaarlijke krokodil met scherpe gouden tanden en een gouden bal in zijn bek, en van een paars, blauw en gouden negenkoppige naga-slang uit het Boeddhisme, aangelegde meertjes en drukke muurschilderingen: kleurrijke overdaad kenmerkt Wat Pa Huay Lad. Tegelijkertijd voelen we ook een fijne rust bij deze mooie tempel. Enerzijds door de fraaie achtergrond van groenbegroeide heuvels, anderzijds door het grote serene spierwitte Boeddhabeeld, weerspiegeld in de marmeren vloer van de met steil omlaag golvende daken overdekte gebedsruimte.
Glamping!
Na een koele zwempartij in een waterval, waar meer libellen, sprinkhanen en vlinders zijn dan mensen, rijden we over half verharde wegen Loei’s rollende heuvels op, naar onze slaapplek.
Glamping, “luxe kamperen” in de natuur, is in Thailand enorm trendy. Een gewone tent voldoet niet meer; in iglo’s, wigwams en blokhutjes bivakkeren de Thai graag “buiten”. In die trend slapen wij vannacht in een ovalen huisje op een metalen stellage, bedekt met stro en canvas, van binnen opgebouwd met blokken piepschuim.
Op onze zwevende veranda, met openluchtbadkuip, krijgen we een doe-het-zelf barbecuemaaltijd geserveerd. Lekker bakkend, hebben we met de ondergaande zon een superuitzicht op van groen naar vervagend grijs kleurende bergen, tegen de van lichtblauw naar geel, rood en oranje kleurende lucht.
Als we klaar zijn met smullen, staat een groot deel van ons panorama op zwart, op een paar felwitte punten van sterren na. In het donker luisteren we naar de stilte, die gevuld wordt met buitengeluiden: tjirpende insecten, luid tokeh roepende Tokehs (‘s nachts actieve grote gekko’s), kwakende kikkers, en een roepende nachtzwaluw. Vuurvliegjes gaan de concurrentie aan met de sterren, op het risico dat superwendbare vleermuizen hen vangen.