De verleiding om langer te blijven en alle aparte koopwaar te bewonderen is moeilijk te weerstaan, maar ”Straks komen we terug en kopen we hier ontbijt”, zegt May, die ons begeleidt. De eerste monniken lopen al op de marktstraat, maar wij gaan naar een bijzondere plek voor hun offerronde. Monniken mogen zelf geen eten bereiden en hebben officieel ook geen geld om voedsel en spullen te kopen. Dus gaan ze ‘s ochtends vanuit de tempels waar ze wonen op Bin Tha Baat, de bedelronde, waarbij de mensen hen offers geven.
Voor een van Nans vele mooie tempels zit een rijtje Thai in fraaie traditionele kleding klaar op een lange rotan mat. Het licht van de opkomende zon geeft een warme gloed aan de goudgele stoepa die boven de witte muur uit steekt, de bruinoranje tempeldaken en groene struiken vol gele bloemen. Die prachtige setting wordt gecompleteerd door het oranje van de pijen van de monniken, die stilstaan voor de gelovigen.
Na een respectvolle groet met gevouwen handen, de wai, plaatsen de mensen zakjes gekookte rijst, kant-en-klare warme currymixen, mandarijnen, tandpasta, pakjes melk en bosjes roze bloemen in de baat, de metalen bedelkom. Nadat de hele rij geofferd heeft, zegenen de monniken de gevers en zeggen ze met hen een gebed voor dierbaren die overleden zijn.
Varkenskoppen en 400 jaar fluisteren
Zoals May beloofde, struinen we nu over de drukke, fascinerende markt. Op smalle paadjes tussen tientallen kramen met kokende, pratende, hakkende, uitrustende en zelf etende verkopers, lopen we langs al het moois en lekkers. Gestoomde grote vissen, hartige kokospoffertjes, gedroogde minigarnalen, hele varkenskoppen en trosjes ingewanden – ongekoeld hangend aan een haak -, glimmende aardbeien, roze eendeneieren, warme sojamelk, dampende maiskolven, gedeukte rode pepertjes, scherpe curries, vuistdikke tomaten, gegrilde reuzenkikkers, roze drakenfruit en witte miereneitjes: de keuze voor ons ontbijt is gigantisch, ook in de categorie die we toch maar liever overslaan.