We zijn net zijn terrein opgereden, en hij lacht vriendelijk. Vanavond gaan we namelijk samen Thais koken! Seksathit geeft ons zijn keukenmes, om de kool die ons begroette los te snijden voor onze kookworkshop. We rollen ‘m in een rieten mandje en lopen door de tuin vol kruiden, planten en struiken, die allemaal in de Thaise keuken passen.
Een stop hier en een stop daar leveren nog meer verse ingrediënten op. Breekbare blaadjes, dikke wortels en limoenen, een broccoli-achtige stronk, ranke stengels, een paarswitte Thaise aubergine, witgele bloempjes en de aparte gelige boternootvrucht: we plukken, knippen en snijden tot de mand overloopt en de geuren ons al een beetje trek geven.
De grote open keuken is een aparte schone ruimte naast de tuin, met een grote tafel en bankjes van bamboe, tl-verlichting, vrolijke blauwe Noord-Thaise windlantarentjes die koom heten, en vooral veel aanrechtruimte. Kas, een groot kookenthousiasteling, pakt direct een snijplank, gemaakt van een boomstam. Hij snijdt de limoenen.
Seksathit brengt een fles honing en wijst op een klein houten hokje. “Daar wonen mijn bijen”, zegt hij trots. Zo te zien is bijna alles wat we gaan gebruiken vers uit zijn eigen tuin, ongelofelijk! Ondertussen heeft Kas ons welkoms- en werkdrankje af. Citroen-limoen-honingwater met ijsblokjes, ons eerste “gerecht” is al klaar.
Koken
Naang, de Meh baan (vrouw des huizes), zoals Seksathit zijn echtgenote met een vrolijke knipoog aankondigt, loopt de keuken in. Ze draagt een mooie traditionele donkerblauwe tweedelige jurk, een roze plastic bak met stukjes kip en een metalen kom met vismoten. “We gaan beginnen”, zegt ze lachend.