Apen op de Batu Caves-regenboog
In de heuvels net buiten de hoofdstad, pronkt een enorm goudkleurig standbeeld naast steile trappen in allerlei kleuren. Murugan, de god van de oorlog in het Hindoeïsme en de belangrijkste god van de Tamil-bevolkingsgroep, is ruim 42 meter hoog. “Tot hem bidden wij hier”, zegt Emjay. Staand op het plein onderaan de trappen, het beeld, en de enorme karstrotsformatie, zijn de Batu Caves indrukwekkend en uitnodigend tegelijk, ook al moeten we in de warmte nog 272 traptreden op naar de grotten zelf.
Om ons heen maken toeristen, inclusief veel mensen van Indiase afkomst in mooie sari’s, foto’s van het heiligdom en van zichzelf daarvoor. Links en rechts naast ons staan lage gebouwen met godenbeelden, inclusief de vrolijke olifantgod Ganesha in eigeel, hemelsblauw en zachtroze.
We gaan omhoog via de regenboog, en langs waarschuwingsborden voor de agressieve langstaart-makaken die op de rotsen en de trappen leven. Een Chinese toerist denkt toch dat een grote mannetjesaap een hond of kat is, tikt het dier aan voor een close-up foto en wordt in z’n hand gebeten…
Een door zijn moeder tijdelijk verlaten baby-makaak zit hartverscheurend te krijsen en is voor veel bezoekers ook een excuus om stilstaand even bij te komen van de beklimming.
Eenmaal boven, zien we in het halfdonker van de zo’n vierhonderd meter diepe, warme en vochtige grot dramatische witte en grijze rotsvormen en mooi verlichte tempels met beelden van goden en pauwen. Bomen groeien op de stenen, door een paar openingen in het dak van de grot, tientallen meters boven ons, valt fel zonlicht.
Weer terug bij de uitgang van de bijzondere heilige ruimte, hebben we een mooi panoramisch uitzicht op de stad.