We varen door een kanaal langs vissers die hun netten werpen, de aandoenlijke koppen van waterbuffels, hun donkergrijze lijven helemaal ondergedompeld in het koffie-met-melkkleurige water, een vergaan roeibootje, omgekeerd op de oever, en mannen die schelpdieren uit het zand graven. Dan opent het enorme meer zich en gaan we over vrijwel vlak water richting één van de ongeveer tweehonderd drijvende dorpen van Tonle Sap.
We zien een stuk of zestig eenvoudige woonboten en huizen op drijvers, de muren van blauwgeverfd hout en grijze golfplaten, de daken van roestbruin metaal. Was hangt te drogen, katoenen doeken brengen wat schaduw en koelte voor mannen die in hangmatten liggen, of op overdekte balkonnetjes met een paar planten in potten hun netten repareren. De meeste gezinnen leven van de visvangst op het meer. Daarom ligt bij elk huis ook een onmisbaar en in vrolijke kleuren geverfd bootje met buitenboordmotor.
Grotere boten brengen voorraden zoals zakken rijst, vijfliterflessen water en olie om mee te koken. Het is interessant om het waterleven te zien, van de drijvende minituintjes en in de schaduw op dunne matrasjes slapende kindjes tot de opvallend goed onderhouden christelijke kerk. En de restaurants voor bezoekers, waar naast kokosnoten, bier en frisdrank, ook krokodillen gehouden worden, gevangen in het meer. Als attractie, maar vooral als extra bijverdienste: het vlees, de eieren en de huid om te eten; de huid, olie, tanden, schedels, botten en ingewanden als souvenirs en voor lokale traditionele medicijnen.
In de ossenkar
Terug op het land, gaan we naar het platteland, want Siem Reap ligt in landbouwgebied. In het noorden van Cambodja gebruiken de boeren een traditionele houten ossenkar om hooi, rijst en andere producten te vervoeren. En af en toe een paar toeristen.