Houten passagiersboten wachten aangemeerd tot je besluit om zelf te gaan varen, bijvoorbeeld naar de Pak Ou grotten, waar meer dan vierduizend Boeddhabeelden al ruim vierhonderd jaar vereerd worden. Onderweg dwarrelt rook tussen de bomen uit, van kookvuurtjes van onzichtbare huizen. Waterbuffels rusten op kleine zandstrandjes, vissers gooien netten uit, de netten die je ook opgespannen te drogen ziet hangen bij eenvoudige houten huizen met muren van rietpanelen.
In de donkere grotten is de mooie verzameling stenen, houten en metalen Boeddhabeelden, sommigen dramatisch verweerd door de tijd, anderen verblindend glimmend, net zo interessant als de tocht over het water er naar toe (en terug!).
Van de veertiende eeuw naar de jaren veertig
In de stad is het onmogelijk om de bijzondere combinatie van schitterende eeuwenoude Boeddhistische tempels en huizen in Frans-koloniale stijl te missen en niet te bewonderen. Ze hebben Luang Prabang het gewilde predicaat van UNESCO Werelderfgoed opgeleverd.
Ver voordat Laos deel werd van Frans Indochina, was Luang Prabang van de veertiende eeuw tot het begin van de achttiende eeuw de hoofdstad van het machtige Lane Xang koninkrijk. Boeddhistische tempels die toen gebouwd werden staan nu, prachtig gerestaureerd, te pronken in het zonlicht. Zoals Wat Xieng Thong, ruim vierhonderdvijftig jaar oud, destijds de privé-tempel van de koninklijke familie en fraai roze, rood, zwart en goud gekleurd, met overal op de binnen- en buitenmuren illustraties van verf en felgekleurde mozaïeksteentjes over het dagelijks leven en het leven van Boeddha. Veel Laotianen komen speciaal hier naartoe om de Boeddha’s te vereren, want Wat Xieng Thong is één van de belangrijkste tempels van Laos.
Van een heel andere orde, maar ook erg mooi, zijn de minutieus gerestaureerde koloniale huizen uit de tijd van de Franse overheersing. Relatief grote en brede huizen van twee of drie etages, in lichte kleuren, met houten luiken en deuren, veranda’s en lange balkons geven het oude centrum van de stad een relaxte, open en nostalgische sfeer. De houten en ijzeren bistrostoeltjes en -tafeltjes in de schaduwrijke voortuinen nodigen je letterlijk en figuurlijk uit, want veel van de stijlvolle oude panden zijn nu hotels, restaurants en bars. Een cool geblazen jazz-saxofoonsolo maakt de jaren-veertig sfeer helemaal compleet. Humphrey Bogart, zijn Fedora-hoed uiteraard stijlvol schuin op zijn hoofd, kan elk moment de hoek om komen lopen.
Onwerkelijke waterval
Een waterval met zeven etages, middenin de rust van een dicht bos vol veelkleurige bloemen en vlinders: de Kuang Si-watervallen zijn onwerkelijk mooi. Langs een muur van halfronde bruingekleurde rotsen stort wit schuimend water meters naar beneden, richting ondiepe poelen, waar zwemmen in het lichtblauwe water tussen kleine visjes heerlijk verfrissend is (en eigenlijk verplicht). Over houten vlonders, ijzeren bruggetjes, aangelegde trappen en natuurlijke bospaadjes gaan we steeds een stukje hoger, naar een nieuwe wateretage. Het zijn korte stukjes, maar ze zijn redelijk steil, en ook door de hitte is het best een inspanning. De beloning daarvoor is iedere keer lekker afkoelen in het heldere water, genieten van de rustgevende grote en kleine natuurlijke watervallen, en een prachtig uitzicht.