Het lange stationsgebouw, met spiegelend blauw glas, geel en wit steen, bruine daklijsten en een brede grijzige bestrating ervoor, ziet er indrukwekkend uit. In het treinstation blijft dat beeld staan: een hoog golfend plafond en veel glas maken de lichte open ruimte ook uitnodigend. De nors kijkende beveiligingsbeambten vertroebelen dat beeld dan weer een beetje: we moeten onze bagage laten scannen en openen, alsof we op een vliegveld willen inchecken.
En de man in uniform heeft beet: “Not allowed.”, zegt hij ernstig, met een tube zonnebrandcrème in z’n hand. We zijn wat verbaasd, enerzijds omdat we gewoon een treinrit gaan maken en ons niets verteld is over verboden vloeistoffen, anderzijds omdat de man andere flesjes ongemoeid laat. We gunnen hem zijn trofee, knikken instemmend en mogen dan door naar comfortabele rijen stoelen in de enorme airco-gekoelde hal.
Aan boord van de kogeltrein
Vier keer per dag rijdt de snelle trein met 160 kilometer per uur naar Luang Prabang; de standaard trein, die een uurtje langer over de route doet, één keer. Nadat de strak vormgegeven trein, die ook wel “bullet train” genoemd wordt vanwege de kogelachtige vorm van de voorkant, het station binnen is gereden, gaan de glazen schuifdeuren van de wachtruimte open en mogen we de perrons op.