Heliconia’s en andere groene planten met mooie felrode, gele en oranje bloemen trekken onze aandacht. Vlinders met bruine vleugels met blauwe en oranje accenten fladderen elegant voorbij. Twintig meter voor ons scharrelt een chocoladebruine neusbeer een ondoordringbare haag van struiken in.
We stappen een miniwatertje in, dat in de regentijd ongetwijfeld woest en groot zal stromen, naar een gammel bruggetje. Onder het houten en stenen bouwwerk hangen vleermuisjes. Kleine zwarte kraaloogjes kijken ons aan.
Terug op het droge wijst onze gids omhoog, naar een splitsing in een dikke boom. “Nachtaapjes”, zegt hij. Wij wisten niet eens dat ze bestonden! Net als de vleermuisjes, zijn deze bijzondere dieren overdag wel wakker, maar niet actief. Daardoor kunnen we ze goed bekijken.
We zien twee aandoenlijke ronde kopjes in een donkere ruimte tussen het hout, glimmende bruine ogen met een zandkleurige ring eromheen, een platte zwarte neus en een bruinzwarte vacht. Na een paar minuten wint hun slaap van de nieuwsgierigheid en verdwijnen ze langzaam weer in hun boomhol.
Kolibries en Tamarins
Langzaam is snel voor een luiaard, maar toch maken we een speciaal moment mee: het dier, dat meestal eindeloos ondersteboven aan een boomtak luiert, is in beweging! Ergens hoger in zijn hangboom heeft hij waarschijnlijk lekkere bladeren gespot. Zijn mond lijkt een eeuwige lach te hebben, terwijl hij behoedzaam een tak vastgrijpt en zich verplaatst, nog steeds sloom, maar vastberaden.