We huren Anns motorscooter en zien al rondrijdend dat het woord “village” in de bungalownaam wat hoog gegrepen is, want er is eigenlijk geen dorp. Of beter gezegd: er is geen dorp meer. “Ruim veertig jaar geleden woonden we met zo’n vijfhonderd mensen op Koh Tan”, vertelt Meesak, die op het eiland is geboren. “Maar toen vraten de kokosnoot-neushoornkevers de kokospalmen aan, die daardoor stierven. Veel families leefden van de kokosnotenoogst en trokken daarna weg, naar het vasteland en Koh Samui, waar ze wel geld konden verdienen”.
De restanten van het dorp ontdekken we verspreid over het eiland, en die zijn fascinerend. We duwen takken van hoge struiken opzij. Ze hebben de oude school overwoekerd, maar we komen het stenen gebouw wel binnen. Houten luiken hangen scheef uit hun scharnieren, het bos groeit door gaten in het dak. In de lege klasruimte zien we een origineel schoolbord, waarop met krijt de namen en overlijdensdata van leraren geschreven zijn. Ook verrassend: aan de buitenmuur vinden we een prachtige muurschildering van een gevechtsscène met olifanten uit de Thaise geschiedenis.
De vervallen traditionele houten lerarenwoning is ook boeiend. Over vermolmde traptreden betreden we voorzichtig de bovenetage. Het verweerde geraamte van het huis is als een antieke 3Dpuzzel met ontbrekende stukken.
274 vogelsoorten, geen honden
Op Koh Tan leven geen honden, wat voor Thailand uitzonderlijk is. Het heuvelachtige eilandje is volledig groenbegroeid met bomen, struiken en planten. Kokosnoten liggen overal: op de weg, in de branding bij de smalle strandjes en ook in de mangrove. Aan de westkust, bij een lagune met prachtig lichtblauw zeewater, wandelen we over een smal verhoogd betonnen pad. Het water deint ritmisch op en neer tussen de dikke mangroveplanten.
In de stilte zien we pistachegroene schelpjes, samengeklonterd op de stammen en krabbetjes, scharrelend rond de wortels, net onder en net boven water. Als zonnestralen door het dichte mangrovebos heen breken, lichten de bladeren op als felgroene sterren. Een kwak, een bijzondere reigersoort die vooral ’s nachts jaagt, staart tussen de takken roerloos naar het water, wachtend op een vis.
Meesak had al trots verteld dat er maar liefst tweehonderdvierenzeventig soorten vogels op zijn kleine eiland geteld zijn. We spotten daar een paar schitterende van: scharrelaars tonen ons vliegend hun veren in allerlei prachtige tinten blauw, en wielewalen, knalgeel met zwarte vlekken, vliegen fluitend voorbij. De meest bijzondere vogel zien we op de bosbodem lopen en daarna opvliegen: de zeldzame manenduif! De grote duivensoort, die alleen op beboste Aziatische eilandjes woont, is voor vogelliefhebbers een absolute hoofdprijs. Zijn smaragdgroene en azuurblauwe veren, met roodoranje accenten, zijn lang en dun en vormen een kraag die op de manen van een leeuw lijkt. Zo speciaal!
Vliegende honden en wilde waterbuffels
De lange takken met puntige bladeren van de palmbomen vormen magnifieke zwarte silhouetten tegen de grijze avondhemel. Liggend in het gras bij onze bungalow, wachten we op een ander spectaculair vliegend dier. Dan vullen nog meer silhouetten ons beeld: tientallen vleermuizen vliegen vijftien meter boven ons. De vliegende honden gaan elke avond in de bossen op zoek naar fruit. Een kwartier lang genieten we van de overtrekkende dieren, een prachtige afsluiting van een dag vol natuur op Koh Tan!